Tenslotte
24 augustus 2026 - Nieuwegein, Nederland
Weer thuis......
Jaren geleden groeide er bij onze schoonzonen het plan om met het hele gezin op vakantie naar Indonesië te gaan. Het geboorteland van mijn oma en mijn moeder. Het land waar mijn roots liggen maar ook die van onze kinderen en inmiddels ook kleinkinderen.
Dat plan werd deze zomer eindelijk gerealiseerd, met oudste dochter vertrokken we voor 4 weken naar het prachtige Indonesië. Jongste dochter en hun kids gingen ook, maar ontwierpen hun eigen route waarbij we elkaar op een aantal plaatsen ontmoetten. Op de plekken waar het verleden nog voel-en tastbaar was, dáár waar hun grootmoeder, mijn moeder, bij het Kraton gespeeld heeft of bij het huis waar ze woonden toen de oorlog uitbrak.
Een reis waarbij herinneringen werden opgehaald, nog niet eerder vertelde verhalen doorgegeven werden en vooral ook : waar nieuwe herinneringen gemaakt zijn voor de rest van ons leven!
Het was de 5e keer dat ik naar Indonesië (terug) ben gegaan. Ik zeg teruggegaan ook al heb ik daar nooit gewoond, ik ben er niet geboren. Maar wél ben ik in Nederland opgegroeid met de wetenschap dat wij voor een klein stukje "Indië" waren; terugkijkend op mijn jeugd in de jaren '60 heb ik een Indische opvoeding gehad. Ik heb me zelf ook nooit erg Indisch gevoeld, met een 100 % Nederlandse vader, in vergelijking met bijvoorbeeld onze nichtjes en neefjes met zowel vader als moeder Indisch.
Tot deze reis. Nooit eerder is het mij zo vaak gevraagd als tijdens deze reis. Werkelijk elke dag werd mij de vraag gesteld hoeveel Indisch bloed ik heb waar ik telkens weer trots antwoord op heb gegeven.
Onze eerste stap in Indonesië, (Denpasar dit keer) voelde en rook ik het weer: Ja, ik ben weer terug! De geuren, de klanken, de taal, waar ik betoverd blijf door alle sawa’s met de bergen en bananenpalmen op de achtergrond. Adembenemend, ik zal hier nooit genoeg van krijgen.
Waar de mensen zo lief glimlachten naar ons, waar ze zo respectvol naar elkaar zijn, welk geloof diegene dan ook praktiseert.
De gastvrijheid, het eten, het geluid van de tokeh en de overweldigend mooie natuur: we hebben de meest uiteenlopende plantages gezien. Van suikerriet en watermeloenen tot tabak, van sojabonen en pepers tot aardbeien. En natuurlijk de thee- en rijstplantages, de één nog mooier dan de ander.
Waar de dochters en cucu’s tot onze hilariteit grappige bijnamen kregen: Gado gado (betekent mix) en Belanda Goreng.
Niet eerder heeft Indonesië mijn ziel zó geraakt, en niet alleen die van mij maar van ieder van ons. Vier weken zijn we weggeweest en ik had er nóg wel vier weken willen blijven. Niet alleen ik wilde geen afscheid nemen, met name de meisjes hebben heel wat tranen gelaten.
Indonesië, wat was het weer fijn, wat heb ik me welkom en thuis gevoeld. Wat heb je ons prachtige herinneringen meegegeven en vooral verrijkt met alles wat we hebben gezien en gedaan.

